Mohamed Saadouni Tayeb Saddiki, een bevlogen theaterfiguur
28.05.2021
Tayeb Saddiki (1938-2016) kan gezien worden als een van de grondleggers, zo niet dé grondlegger van het hedendaagse Marokkaanse theater. Zijn praktijk was veelzijdig: hij was acteur, regisseur, schrijver en kalligrafieschilder, hij werkte voor theater, film en televisie, en hij zocht actief naar een verbinding tussen de Marokkaanse performatieve tradities en westerse methodes en kunstuitingen. Op jonge leeftijd verliet hij zijn geboortestad Essaouira om een theateropleiding te volgen in Casablanca. Later zette hij zijn opleiding verder in Frankrijk, waar hij kennismaakte met het werk van Europese toneelschrijvers zoals Shakespeare, Brecht, Molière, Racine en Beckett. Het werk van de Franse toneelschrijver Molière kreeg een bijzondere plek in zijn oeuvre. Zo schreef hij twee toneelstukken als eerbetoon aan deze schrijver. In Parijs was hij onder meer verbonden aan het Théātre National Populaire, dat onder leiding stond van Jean Vilar. Als acteur en regisseur keerde hij later met regelmaat vanuit Marokko terug naar Frankrijk tijdens de internationale tournees van zijn voorstellingen.
Al op jonge leeftijd werd Saddiki artistiek directeur van het nationaal theater Mohamed V in Rabat en van 1964 tot 1977 leidde hij het Théātre Municipal van Casablanca. In zijn carrière richtte hij meerdere gezelschappen op waaronder de theatergroepen Al-Masrah Al-Jawwāl (Het reizende theater) en Masrah Al-Nās (Het theater van de mensen).
Tayeb Saddiki schreef tientallen toneelstukken in het Arabisch en het Frans en vertaalde diverse westerse teksten naar het Arabisch. Bekende theaterwerken van zijn hand zijn onder andere De Inspecteur Revisor van Gogol, Leerschool van Vrouwen van Molière, Sultan Al- Talba, Sidi Abdel-Rahman Al-Majdoub, Al-Haraz, Maqamat Badi’ Al-Zaman Al- Hamadani en Abu Hayyan Al-Tawhidi. Hij regisseerde een enorm aantal voorstellingen waarin hij regelmatig zelf als acteur optrad en hij produceerde films en meerdere theaterstukken voor televisie. Als acteur speelde hij in befaamde films zoals Al-Risālah (1976) van Moustapha Al- Akkad.
Met het vertalen van westerse teksten wou hij het Marokkaanse en Arabische publiek in aanraking laten komen met het westerse repertoire. ‘We kunnen niet vooruit als we niet weten wat er elders op theatergebied is gedaan’, meende hij, en hij hield een vurig pleidooi voor openheid ten opzichte van verschillende culturele invloeden. Naast zijn kennis van het Europese theater was hij doordrongen van lokale tradities en van Arabisch-islamitische kunstvormen. Hij gebruikte met regelmaat helden en personages uit de klassieke tijd of volksverhalen om zijn theater vorm te geven. Inspiratie haalde hij uit traditionele theatervormen in Marokko zoals de Al-Halqa en Lebsāt en uit het klassiek Arabische repertoire van Al-Maqāmāt. Een van zijn grootste verdiensten is misschien wel dat hij acteerstijlen en vormen uit de Marokkaanse en Arabische traditie versmolt met westerse methodes en technieken. Door kenners wordt zijn werk daarom vaak getypeerd als een vorm van ‘hybride theater’.
Een van de oudste en meest populaire traditionele acteervormen in Marokko is de Al-Halqa, wat letterlijk ‘cirkel’ of ‘ronde’ betekent. Om goed naar de verhalen te kunnen luisteren vormt de menigte een halqa rond de hlayqi (de verteller) net voor zijn optreden. Het is een voorstelling in de open lucht, die plaatsvindt in de publieke ruimte, zonder afstand tussen toeschouwers en acteur. Er is geen decor en er worden geen kunstmatige ingrepen gedaan. De stukken worden in verschillende genres uitgevoerd. De onderwerpen variëren van maatschappelijke en politieke thema’s tot verhalen over de liefde, over religie en moraal, of over het leven en de dood. Als eerbetoon aan de orale traditie van die hlaqiya, de verhalenvertellers op de openbare pleinen, maakte Saddiki in 1967 de theatervoorstelling Diwān Sidi Abderrahmān El-Mejdoub , gebaseerd op het werk van de gelijknamige Marokkaanse volksdichter uit de zestiende eeuw. ‘Ik ben opgeleid op het Djemaa El-Fna-plein in Marrakech. Ik ging er naartoe om me te laten inspireren. Het is voor mij een plek om verdriet en problemen achter te laten. Djemaa El-Fna is eigenlijk een echte theaterschool. Ik wil daarom hulde brengen aan diegenen die me daar hebben geleerd om theater te maken zonder dat ze er zich bewust van waren.*’
Een andere traditionele theatervorm waar Saddiki inspiratie uit haalde, is de Lebsāt, wat letterlijk ‘vloerkleed’ betekent en synoniem stond voor amusement. Deze vorm ontstond in de achttiende eeuw, en werd in eerste instantie in het paleis (Dār Al-Makhzen) gespeeld. Later verplaatste de Lebsāt zich naar de straat. Het was een volksspektakel waarin humor en satire, verhalen en poëzie, dans en zang elkaar doorkruisen. De korte voorstellingen gebaseerd op archetypes gaven een scherpe en kritische blik op de maatschappij, de politiek en de leefomstandigheden van het volk. De teksten werden van tevoren geschreven of ter plekke geïmproviseerd. Door de verhalen van de negende-eeuwse schrijver Badī’ Al-Zamān Al- Hamadānī in theatervorm te gieten putte Saddiki ook uit een klassiek Arabisch literair genre, namelijk Al-Maqāmāt oftewel Assemblages, een lang narratief gedicht. Saddiki zag in Al- Maqāmāt een vorm van theater. ‘Dit is het eerste geschreven Arabische theater’, zei hij hierover in een interview met de Marokkaanse televisie. In zijn stuk gebruikte hij voor het eerst een mix tussen klassiek en gesproken Arabisch. Mede door dit toneelstuk werd zijn werk als vernieuwer van Arabisch-islamitisch erfgoed ook buiten Marokko erkend.
Het theaterstuk Abu Hayyan Al-Tawhidi is bij uitstek een voorbeeld van de hybride theatervorm die Tayeb Saddiki nastreefde. De tekst is gebaseerd op een klassiek Arabisch werk uit de tiende eeuw van de filosoof Abū Hayyān Al-Tawhīdī. Naast het inzetten van de taalvariëteit van het klassiek Arabisch, het Darija en het Frans, maakt hij in het stuk gebruik van burleske elementen uit de Lebsāt. Hij verweeft op die manier een moderne theaterstijl met het groteske spel uit de traditionele sociale satire, met als doel de moeilijke positie van de kritische intellectueel in de hedendaagse Arabisch-islamitische wereld onder de loep te nemen. Het stuk behoort tot zijn beste toneelwerken. Saddiki droeg deze tekst op aan zijn vriend, de bekende Frans-Algerijnse islamoloog Mohamed Arkoun. Arkoun was een pleitbezorger van het herleven van het rationeel en humanistisch denken uit het klassieke islamitische tijdperk, en besteedde in zijn werk aandacht aan vrije denkers en schrijvers uit deze periode. Tayeb Saddiki was een bevlogen theaterfiguur die een omvangrijk oeuvre naliet. Binnen en buiten Marokko werd hij veelvuldig gelauwerd voor zijn werk, en nog steeds geldt hij als een van de belangrijkste figuren van de Marokkaanse theaterwereld sinds de onafhankelijkheid.
Abderrahmān El-Mejdoub (1503-1569) was een Marokkaanse soefidichter, die in het Arabische dialect schreef. Zijn poëzie ging over politieke, morele en sociale kwesties. Zijn gedichten en mystieke opvattingen werden verzameld in een diwan. Veel van die gedichten zijn in de Maghreb onderdeel geworden van de dagelijkse spreekwoorden.
Mohamed Saadouni is Arabist en Amazigh deskundige. Hij studeerde aan de universiteit van Marrakech, Amsterdam en Leiden en doet onderzoek naar de taal en cultuur van de Imazighen. Hij werkt bij de universiteitsbibliotheek in Amsterdam en als freelance vertaler.