Expo Younes Baba-Ali

Deze expo is een coproductie Maac en Moussem.

Vernissage :
donderdag 20/11/14 : 18u > 21u

Expositie :
21/11/14 > 20/12/14 : donderdag > zaterdag : 14u > 18u

Youness Baba-Ali is Lauréat de la Bourse COCOF MAAC 2014 en winnaar van Art Contest 2014.

Younes Baba-Ali - werk op het scherp van de snede:

“Mijn kunst vindt haar bestaansreden in de maatschappij waarin ze ontstaat. Dat is haar voedingsbodem en haar onderwerp. Ik treed op als een bemiddelaar, als een filosoof die een vorm van bewustzijn deelt met anderen. Ik meet de temperatuur van een samenleving en draag bij tot haar interpretatie en ontwikkeling.”

Beeldend kunstenaar Younes Baba-Ali vat zijn artistieke démarche mooi samen. Hij maakt kunst die onconventioneel, intelligent en kritisch is, meestal in de openbare ruimte of op niet voor de hand liggende plaatsen. Hij is een scherp observator en stelt pertinente vragen aan de maatschappij, het instituut, maar ook en vooral aan zijn publiek. Als een vrijdenker houdt hij de samenleving een spiegel voor en legt zo haar vastgeroeste gewoontes en dysfuncties bloot. Zijn kunst ontstaat zelden in het atelier. Ze is context-specifiek en krijgt pas haar echte vorm in dialoog met de toeschouwer.

Context

Sommige van Baba-Ali’s werken functioneren bijna enkel in een welbepaalde omgeving. Moroccan Anthem bijvoorbeeld, een video waarin een ezeldrijver het Marokkaanse volkslied uitvoert klakkend met zijn tong – het geluid waarmee hij normaal gezien zijn ezel aanstuurt. Andere installaties krijgen hun betekenis dan weer naargelang de plek waar ze vertoond worden. Ending your life under the sun, een doodskist met een zonnebank in, ontstond tijdens een verblijf als Erasmus student in Polen, waar mensen opvallend veel naar zonnecentra gaan. Toen hij het werk presenteerde tijdens de 4de Biennale van Marrakech – die voornamelijk door Westerse kunstliefhebbers bezocht wordt – werd de installatie gelinkt met het aspect van Noord-Zuid migratie. Maar toen het gepresenteerd werd in een Europese context verschoof de interpretatie meer richting ‘de queeste naar eeuwige schoonheid’.

Kunst als interventie

Ambiguïteit en humor zijn bijna vaste ingrediënten in het werk van deze jonge maker. “Ik wil mensen niet onverschillig laten. Ik wil hen confronteren en hen tegelijkertijd deelgenoot maken. Ik wil kunst van haar elitarisme, haar sacraliteit ontdoen en daartoe gebruik ik bepaalde strategieën.” Als een kunstenaar-alchemist doseert en combineert Baba-Ali techniek, gebruiksvoorwerpen, geluid, video en fotografie met politieke, sociale en ecologische vraagstukken. De resulterende installaties bewegen de nietsvermoedende toeschouwer tot stellingname. Zijn werk balanceert voortdurend op een dunne lijn: het is provocatief, maar nooit beledigend of goedkoop, altijd uitnodigend. Het vormt het startpunt van een gesprek, een polemiek, een denkproces, een (re)actie.
Op subtiele wijze bespeelt de kunstenaar de gangbare maatschappelijke codes én tegelijkertijd ook de codes van de kunst zelf. Baba-Ali’s werk presenteert zich vaak als readymade. Hij maakt gebruik van dagelijkse voorwerpen en fenomenen en brengt deze binnen in een kunstomgeving. Maar liever nog dan te werken in de voor kunst voorbestemde ruimte maakt Baba-Ali de publieke ruimte tot zijn actieterrein. Het toegankelijk maken van kunst is haast een premisse in zijn oeuvre. In een reactie op de extreme theoretisering van kunst – waarbij de toeschouwer bijna afgerekend wordt op zijn voorkennis – en op het kunstinstituut dat in de wijze waarop het kunst presenteert eerder drempels opwerpt dan ze neer te halen, intervenieert hij met zijn werk op ingenieuze wijze in het leven van alledag. Carroussa Sonore is hier een mooi voorbeeld van. Daar gebruikt hij een rolwagen die normaal dient om CD’s met koranrecitals aan de man te brengen. Het is een veelvoorkomend object in het Maghrebijnse straatbeeld, een zeer eenvoudig en tegelijk ingenieus stuk technologie. Younes Baba-Ali exploiteert het voor zijn eigen doeleinden: “Met Caroussa Sonore breng ik op een democratische manier geluidskunstwerken tot bij de mensen. Het is enerzijds een creatie en tegelijkertijd een medium dat ik gebruik als curator, want ik heb andere internationale artiesten uitgenodigd om hun werk te verspreiden via deze module. Ze circuleert in de stad, we bouwen er allerlei interventies rond. En zo wordt ze onderdeel van het straatleven.” Deze interventie stelt tegelijkertijd pertinente misvattingen binnen de kunstwereld aan de kaak. Zoals de idee dat de Marokkaanse - en bij uitbreiding Maghrebijnse - kunstscène zich louter beperkt tot het creëren van verkoopbare objecten. Baba-Ali bewijst het tegendeel door een platform te creëren voor kunstenaars die wel degelijk actief zijn, maar moeilijk toegang krijgen tot de gevestigde Europese kunstscène – niet in het minst omwille van strikte visa-reglementering. Maar “geluid heeft geen visum nodig, enkel een drager”, aldus Baba-Ali. En liever nog dan deze geluidswerken rechtstreeks binnen te loodsen bij het establishment, brengt hij ze tot bij het volk. Ook dit gebaar is een impliciete kritiek op de kunstwereld, maar net zo goed op haar critici. Baba-Ali richt zich niet enkel tot de kunstminnende elite, maar letterlijk tot de man en vrouw in de straat. In deze attitude vertoont Baba-Ali grote verwantschap met kunstenaars als Hassan Darsi en Francis Alÿs. Net als zij maakt hij ontregelende interventiekunst die de toeschouwer – al dan niet met gebruik van ironie – met zichzelf en zijn omgeving confronteert. Baba-Ali schotelt mensen dilemma’s en taboes voor en daagt hen uit tot (re)actie. Zo maakt hij hen tot zijn medeplichtigen in een verdoken artistieke guerrilla die zowel het establishment als de gewone man verenigt.

Brussel

Younes Baba-Ali werd geboren in Oudja, Marokko maar groeide op en studeerde in Frankrijk. Hij woont en werkt sinds 2011 in Brussel. Deze dubbele culturele achtergrond markeert zijn leven, zijn standpunten en bijgevolg ook zijn kunst. Zijn affiniteit met zowel de West-Europese als de Maghrebijnse cultuur geeft hem de vrijheid om kritisch naar beide werelden te kijken en ermee aan de slag te gaan. “Als kunstenaar kan ik het me veroorloven om me kritisch op te stellen. Dat is mijn natuur. Kritiek is een taal die ik heb leren hanteren. Ik stel vragen, ik wil doen nadenken én ik wil het publiek hierbij betrekken. […] De Marokkaanse migratie in Frankrijk is anders gekleurd dan in België. Hier is die migratie in oorsprong arbeidsgericht. Ongeletterde Berbers kwamen hun economisch heil zoeken in een land dat hen werkgelegenheid bood. De relatie van Frankrijk tot Marokko speelt zich daarentegen veel meer af op het intellectuele niveau. Frankrijk is in alles ‘de grote broer’ van Marokko, het ideaalbeeld waarnaar de maatschappij en haar elite zich richten en waaraan ze zich spiegelen. Ik observeer de gevolgen hiervan en vertaal mijn bevindingen in kritische artistieke interventies.” Een voorbeeld hiervan vinden we in de installatie Untitled (Speedbump), die hij maakte voor een groepstentoonstelling die georganiseerd werd in een zeer luxueuze villa in de diplomatieke wijk van Rabat. In die wijk – en in gelijkaardige rijke wijken in Marokko – worden er hoge verkeersdrempels neergepoot. “Voor mij is die manipulatie van de stedelijke ruimte heel erg bourgeois en bovendien direct gelieerd aan macht. De mensen in die wijken permitteren het zich om verkeersdrempels op te werpen die totaal buiten proportie zijn. En dus heb ik die verkeersdrempel binnengebracht in hun eigen leefruimte, in de bourgeois villa.” Baba-Ali onderneemt dergelijke ‘daad’ in de volle wetenschap dat het publiek dat naar die tentoonstelling komt kijken eigenlijk hetzelfde publiek is dat de verantwoordelijkheid draagt voor dit verschijnsel in het stadsbeeld. Door het letterlijk onder hun neus te duwen als een kunstwerk gaat hij ook de maatschappelijke confrontatie aan: “Mijn interventies zijn voor mij ook sociale, zelfs politieke interventies die gekleurd worden door de lokale context.” In de tentoonstelling die hij ontwikkelt voor MAAC vertrekt hij dan ook vanuit zijn persoonlijke relatie met Brussel, een stad die hij ervaart als erg complex en waar hij naar eigen zeggen een haat-liefde-verhouding mee heeft. Brussel is voor de kunstenaar een ideaal laboratorium om zijn oeuvre verder te ontwikkelen. Hij brengt werk dat representatief is voor de wijze waarop hij die stad beleeft als Frans-Marokkaanse immigrant, maar ook inzicht geeft in hoe hij het samenwonen met alle daar aanwezige nationaliteiten ervaart. ”Brussel is een stad die uitgesproken multicultureel is – van de Europese gemeenschap tot alle andere ingeweken nationaliteiten – en tegelijkertijd is het een zeer communautaire stad.” Baba-Ali verwondert zich dagelijks over de linguïstische mélanges die dat oplevert en de voortdurende interculturele ’onderhandeling’ die de publieke ruimte van Brussel zo kenmerkt. Hij woont in Molenbeek, wat hij zelf de ‘grenszone’ noemt. De onzichtbare maar zeer aanwezige grenzen in Brussel en de wijze waarop die de gemeenschappen opdelen, choqueren de kunstenaar. Deze observatie zet bij hem een artistiek denkproces in gang: “mijn werk ontstaat in mijn hoofd, niet in mijn atelier”. Een proces dat uiteindelijk pas vorm krijgt wanneer het de interactie aangaat met het publiek. “Ik hoop dat mensen zich aangesproken voelen door wat ik doe. Positief of negatief – als het hen maar raakt. Ik heb het publiek nodig. Zonder dat publiek heeft mijn werk geen bestaansreden en kan ik ook niet evolueren.”

Catalogus

Beeldende kunst
Coproductie

Kunstenaar(s) in residentie